Maak een afspraak
ExtranetA-Z indexOnline aanvragen
Print this page

Branden Herk

In een periode dat de pest in Herk-de-Stad woedde (1559-1669),  legers van verschillende origine doortrokken en schade berokkenden, Herk in ruzie lag met zijn buitenkwartieren (gehuchten), kreeg het ook nog af te rekenen met verschillende branden. De brand van 1679 verwoestte ongeveer gans Herk. Slechts 14 huizen stonden na de brand nog min of meer recht. Nooit zal Herk dit ongeluk nog meemaken. Van de Hasseltse poort tot de Oppemse en die van Halen, zag men het Roomse forum. Luctus ubique, et pavor et lurima mortis imago: Rouw en angst en bange nood, overal het beeld der dood. De meeste huizen waren grotendeels uit hout opgetrokken en omdat stenen zoveel duurder waren, werden de huizen niet snel gebouwd met minder brandbaar materiaal.

30 september 1669

Den 30 September 1669, ’s Maendags, ordinaris foire, naer Herck kerremisse, is den brand gecomen uijt huijs Gijsen Vandebos omtrent die Oppemsche porte, ten negen uren, ende heeft of twee uren tyts voor middach verslonden 52 huysen, 20 scheuren, stallinghen, enz… beneffens die Oppemsche ende  Driessche porten van wedersyden ende alles wes tusschen beyde lach, behoudens die 2 huijsen van Gilis Boelen ende Guillam Boelen; die voorscr. porten branden oock af. (Gemeenteregister RAH) In de gemeenteregisters lezen we dat de familie Vandebos als grote dader werd beschouwd. Met vrouw en kinderen werd hij uit het stad verbannen. Niemand mocht hen om welke reden dan ook nog onderdak aanbieden.  De verwering van Gijsen tegenover de magistraten van Herk was dat hij ten tijde van de brand niet thuis was. Hij was op straat toen zijn vrouw vanop de bovenverdieping hem nog riep: “och lieve Gysen, hier is vuur… och lieve Heer ik verbrande”. De gemeentesecretaris maakte er in zijn verslag een chronogram (jaardicht) van : In DIe HIIeronIMI pars HerCae abIIt In  pULVeres. Op de dag van (de heilige) Hiëronymus (30 september) werd een gedeelte van Herk in de as gelegd.

13 maart 1679

De grootste brand vond plaats op maandag 13 maart 1679, op de dag van de jaarmarkt van halfvasten. De kerk, het stadhuis, de school, het gasthuis, de pastorie en meer dan 100 huizen brandden af. Een eerste beschrijving van deze brand werd opgeschreven in de “Annotatie ende particularitijten van den grooten brandt van Herck 13.03.1679“ (R.A.H. Herk-de-Stad, schepenbank, gichten 104, f° 11 n°11-n°71)  door de secretaris van de schepenbank , de heer Sebastiaan Colen.  Hij schrijft daarin dat de brand ontstaan was in de schouw van het huis van zijn voorganger, Peter Hermans. Deze had het huis in de Hasseltse straat, dichtbij de Maestrichtse poort,  in 1679 verhuurd aan Maria Creten, de weduwe van Christiaan Iven. Verslag van de heer Sebastiaan Colen, secretaris van de schepenbank, in 1679 over de grote brand in Herk-de-Stad (R.A.H. Herk-de-Stad, schepenbank, gichten 104, f° 11 v°-12r°): 

Annotatie ende particularitijten van den grooten brandt van Herck geschiet op den 13en martii 1679 ontrent den middach, sijnde den ordinarissen foire off Jaermerkt te halff vasten. Op den 13en martii 1679, sijnde  smaendagh naer dominica letare, welck is den ordinaris foire off Jaermerckt, te halff vasten, ontrent den middagh, is de geheele stadt deur een jaemerlyck ongeluck affgebrandt, te weten de kercke met den thore, allen de aenhangende capellen ende chooren met de afgangen de veaute, ende de scholen. Het stadthys, hebbende ter oerden 3 plaatsen, te weten de vierschare alwaer de wage van der stadt was hangende, aen de oestersijden, de Raetscamer alwaer de scepenen hon ordinarisse genachten hielden, aen de Westsijde; den alden sale van justitie, alwaer de scepenen voor desen plegen de genachten te houden ende nu ter tijt inwoenden der stadt dienaer dwelck hem om den voorgaenden brandt vant jaar 1669 by scholtus en de schepenen met advoijs vande Borgem ende Raedt geconsenteert was; hebbende boven drij camers van diergelijcke groodte, alwaer de drij gilden oft compagnien hon vergaederinghe ende feesten hielden; te weten de cruysbogen int midden, de hantboghen naer den westen ende cloveniers naer den oesten, sijnde daer boven eenen solder alwaer den Heyligen geest groenen geleet wierden; hebbende voorders van achter gerieffelijcke afgangen met drij opgangen tot iedere camer, eenen besunderen trappe ende een torenken etc…Voorders is affgebrandt het gasthuys met hare winninghe, de Pastory, ende allen borgers huijsen beginnende aen het huys van sieur Petrus Hermans zr, in syn leven stadt secretaris, gelegen inde Trichterstraete ontrent de hasselsche poort, tot aenden breeden steenwegh, item van een huys Sr Aerdt Wilsens, gelegen neffens den keiser tot opden breeden steenwech aen den Arent; welch huys deur grooten woest is blijven staen, ende van daer werderom tot aen de Halensche poort. Item is noch afgebrandt den geheelen circel der huysen liggende tusschen den breeden steenwech, den swerten poel (link) ende den kerckhoff; wederom de huysen liggende op den kerckhoff, tusschen de straet ende de Peerstrade, ende wederom de geheel peerstraet ende den geheelen merkt tot aende halensche poort: alsoe dat boven de kercke met haere choren, te weten van onze L. Vrauwe, van St Anne, St Catharina, St Nicolaes ende H. Cruys, item der hooghen chore, de twee cryschooren of wercken; ende twee affgangen, de sacristey, de veaute, de schele ende den grooten thoren met den cleynen thoren vyff clocken, het horlogie hebbende ure, halff ure ende quartier ure, item de orgenen, ende allen altaren, bollen enz. ende boven het stadhyys noch zyn affgebrandt 50 huysen, waerinne begrepen waeren noch meer als 25 andere woeninghen. Later is er in de marge van het verslag een toevoeging geschreven: de vrouw van Berbroek die in 1679 bij Maria Creten dienstmeid was, vertelde op haar sterfbed aan de pastoor van Berbroek dat zij door onvoorzichtigheid de brand veroorzaakt had.  Met eenen veurpotte vol gloyende cricken ging zij op zolder hooi halen voor de dieren; doordat de vuurpot omviel, vatte eerst het hooi en vervolgens het strooien dak vuur. Die oorsaec van desen brandt was gecomen deur dien dat sij jonch sijnde ende bij Marie Creten dienende, met eenen veurpotte vol gloyende cricken op solder was gaen hoye  plucken voor die bestiaelen , welck veurpotte omgevallen sijnde, sij op haer best die cricken met haer cloncken hadde uytgestampt, dat evenwel het veur int hoye gegrepen was soedanich dat sy hetselve niet en conde vermeesteren, maer het veur lancx het hoye op loepende was deur het stroyen dach ontrent die schauwe der camer uytgebersten ende alsoe desen grooten brandt veroorsaeck. Dit inspireerde de gemeentesecretaris tot een ander chronogram In aLtera festIVItatIs gregorII IgnIs DestrUxIt HerCam – De dag na het feest van Sint Gregorius, verwoestte het vuur Herk. Een tweede verslag schreef de pastoor van Herk op: 1679 mensis martij die duodecimo (12e maart) ipso scilicet nundinarum hora meridiana per septennale bellum ab Imperatoris Hispaniarum et Galliarum Regum et Principis orangici militibus, Patria Leodiensi nummo et animo penitus exhausta, casu proh dolor! incendio ex domo Petri  Hermans senioris nuper, secretarij et scabini promanante totum oppidum Hercae cum ecclia conflagravit, igne et Euro adeo saevientibus, ut duarum horarum spatio in cinerem fuit redactum, restantibus dumtaxat domibus quatuordecim, inter quas fuit domus cujusam honorabilis Joannis Van Nuffel, exconsulis piae memoriae, cujus filius tunc temporis Pastorem agens in dicta paterna domo divina munia exercere cogebatur, quique relicta sua domo pastorali cum supellectili, annalibus tamen et registris salvis, ex ipsa ecclesia flamma praecipua ejusdem ornamenta exemit. Deus ter optumus max. sit afflictis civibus solatium et virtus.
Op 20 november 1679 richtte de Herkse magistraat een verzoekschrift tot de prins-bisschop van Luik omdat de stad haar verplichtingen tegenover de schuldeisers niet meer kon nakomen wegens de zware oorlogslasten en de jongste brand die de stad op 6-7 huizen na verwoest had. De prins-bisschop verleent uitstel, en op 12 april 1681 verleent de prins-bisschop de toelating om gedurende drie maanden een collecte te houden in Luik en de overige steden van het prinsbisdom, evenals in andere lokaliteiten. Pastoor en  burgemeester dienden ervoor te zorgen dat de ingezamelde gelden enkel aangewend werden voor de heropbouw van de afgebrande huizen, waarvan de daken zoveel mogelijk met pannen moesten gedekt worden. (R.A.H. Herk-de-Stad, gemeente 208). In 1685 werd er opnieuw uitstel gevraagd om de belastingen te betalen: de toestand was nog niet veel verbeterd, in 1684 was de oogst mislukt wegens de aanhoudende droogte. Men kreeg opnieuw een jaar uitstel. Rond 1700 schreef  Jean Pelsers dat door beide branden alle huizen van Herk waren afgebrand. (Oud Land van Looz, 25 januari 1898)

8 maart 1699

Men mag niet denken dat de autoriteiten te laks waren om maatregelen te nemen. Zo konden  burgers verplicht worden om binnen de drie dagen de stad voor anderhalf jaar te verlaten wanneer ze onvoorzichtig met vuur waren omgesprongen of geen voorzorgen hadden genomen. Een ander diende binnen de 24 uur zijn schouw te herstellen, 2 magistraten controleerden om de 14 dagen de schouwen en verplichtten de eigenaar indien nodig om ze binnen de 24 uur, soms binnen de drie dagen te herstellen. In de nacht van 7 op 8 maart 1699 brandden drie huizen die sedert de grote brand van 1679 waren hersteld toch nog opnieuw af, een vierde werd zwaar beschadigd. Ondanks de voorzorgen die men genomen had, begon de brand bij Libert Liefsoons, dichtbij het kerkhof. Of er nog meer huizen zijn afgebrand is niet geweten. De gemeentesecretaris vond het alleszins de moeite om het te noteren in Annotatie ende particularitijten vanden brandt binnen die stadt Herck geschiet (R.A.H. Herk-de-Stad, schepenbank, gichten 109, f° 119 v°)Alsoo den almachtigen godt tsedert den tydt van 30 jaren onse stadt van Herck heeft komen besoeken met drie distincte successive affbranten, in den voegen dat den lesten bij malheure is gebeurt den 8en Meert lest leden, apparentelijck deur quade toesicht toegekomen en…

13 februari 1781

Op 13 februari 1781 brandde het opnieuw in Herk. Mijnheer Van de Kerckhove, secretaris van Herk-de-Stad laat in dat jaar enkele bladzijden leeg in het gemeenteregister. Met uitzondering van de hoofding  “Incendie de 1781” zijn de bladzijden leeg gebleven. Een vijftigtal huizen brandden af wat inhoudt dat 2/3 van de huizen van de stad in as lag. In het overlijdensregister werden op deze dag 4 doden genoteerd:
13 feb. 1781 per terribie incendium quadrante post nonam matutinam cum ventu impetuossissimo in oppido nostro consumpta sunt 47 domus idque duarum horarum spatio et in quo (proeh dolor) autem perierunt quatuor sequentes:- 13 feb. in incendio oppidi suffocatus est in cavea sua Franciscus Liessoens, maritus Mariae Joseph Van Quaethoven, sep. 15 in cimeterio.-13 feb. suffocata est in incendio oppidi Maria Christina Van der Stucken, vidua Alberti Leblang, sep. 15 in cimeterio.-13 suffocata est in incendio oppidi Anna fil. leg. Abert Lebanc et Mariae Cristinae Vanderstucken, sep. 15 in cemeterio.-13 feb. in incendis oppidi combusta est Anna Cath. fil. leg. 9 annorum Andreae van Munster et Dimphnae Van Quaethoven, sep. 15 in cemeterio.Requiem det eis Deus sempiternam.
Pastoor  Coninx vraagt op 14 februari 1781, de volgende dag, hulp aan Hasselt voor onze bevolking. Die krijgt hij. In de Hasseltse archieven is het besluit van deze stad terug te vinden:
De Heeren Borgemeesters, gesworen ende Raedt der stadt Hasselt, in consideratie nemende den droevigen staet in welken de borgers der stadt Wustherck door den brand, gisteren ontstaen, bevinden, mits gaeders acht genomen op den brief van den Seer Eerw. Heer Coninx, pastor der voorscr. stadt, aen ons toegekomen, hebben goedgevonden van aen den Seer Eerw. Heer Pastor en den magistraet aldaer te laten toekomen om syne onderdaenen in hunnen uytersten noodt te konnen behulpsaem syn en onder hun te verdeijlen vijftig vaten koren in gebacken broodt  (317 ½ broeden,), item twee hondert ponden speck, eene tonne haerinck en vijftig guldens in gelt, versoekende onsen borgemeester Watelet en confreres Scholteden en Pirelo van sig daer naer toe te begeven ten eijnde voer voorscr. over te brengen. Actum Hasselt den 14 Februari 1781.
Zwartebroeks van Sint-Truiden plaatste vier ovens om elk 130.000 stenen te bakken. Prijs 6 Florijnen/1.000 stenen. Pastoor Coninx en burgemeester Kips bekwamen in Luik de gunst om geld op te halen in alle Goede Steden van het prinsbisdom. Wat men met dat geld gedaan heeft, is niet gekend. Het stadsbestuur stelde wel op eigen kosten een schoorsteenveger aan en liet de schoorstenen controleren. Misschien wel het belangrijkste, het stadsbestuur verbood in een zitting van 1 april 1781 dat er nog daken met riet bedekt werden.

Geraadpleegde bronnen

De Stad Herk en haar vijf buitenkwartieren, een verbroken eenheid in de 17e en 18e eeuw Dr. J. Molemans, blz. 48 e.v. La peste et les incendies à Herck-la-Ville à partir du XVIme siècle, Florent Silveryser -1910 Oud Land van Loon, 25 januari 1898 Oud Land van Loon, 14e jaargang nrs. 9- 10 blz. 38 ‘Iets over het bouwen te Hasselt’ Foto: Ets van Remacle Leloup uit 1744, gebaseerd op een schets van omstreeks 1730, gemaakt dus na de grote branden. In het centrum is de kerk alweer opgebouwd, het grote lege plein is een deel van het St. Amorshof, in de volksmond ‘t Hof genoemd.

Stadhuis

Pikkeleerstraat 14 3540 Herk-de-Stad
Telefoonnummer
013 38 03 10
E-mailadres
Openingsuren
Vandaag
Gesloten
Morgen
Gesloten
Sluitingsdagen

OCMW

Dr. Vanweddingenlaan 21 3540 Herk-de-Stad
Telefoonnummer
013 78 09 40
E-mailadres
Openingsuren
Vandaag
Gesloten
Morgen
Gesloten
Sluitingsdagen

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor één van onze nieuwsbrieven.